Ben jij van ‘iedereen moet zijn steentje bijdragen’? Of meer van ‘wat ik doe is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat’?

Het laatste spreekwoord is een manier geworden om te zeggen dat je iets niet hoeft te doen omdat het toch geen zin heeft. Omdat het niet zou uitmaken wat jij doet. Vliegen, vlees eten, autorijden, lang douchen, je huis isoleren; of jij dat nu wel of niet doet maakt voor het klimaatprobleem niets uit.

Of toch?

Bij het opruimen van mijn werkkamer in de kerstvakantie stuitte ik op een basisboek over communicatie en verandering. Er piepte een geeltje uit. Bij het openslaan zag ik direct weer waarom: het ging over ‘sociale dilemma’s’.

Als communicatiebureau werken wij veel aan projecten rond natuurbehoud, klimaat, de warmtetransitie en natuurinclusieve landbouw. Daarbij is vaak sprake van een sociaal dilemma. Het is ook een onderwerp waar we het tijdens onze gezamenlijke lunch regelmatig over hebben.

Want wat is een sociaal dilemma? Dat is een keuzesituatie waarbij het algemeen belang om gedrag vraagt dat strijdig lijkt met het persoonlijk belang. Let op: lijkt te hebben.

Als persoon wil je misschien wel kunnen doen waar je zin in hebt. Maar als iedereen handelt in het eigen belang, worden collectieve doelen niet gerealiseerd. Doelen zoals de klimaatverandering een halt toeroepen, waar anders iedereen last van gaat krijgen. Voor dat soort doelen zijn individuen afhankelijk van het gedrag van anderen.

Wat betekent dat, die afhankelijkheid van anderen?

Dat betekent dat anderen ook van jou afhankelijk zijn. Jij bent net zo goed onderdeel van die ‘anderen’.

Waarom willen we dat niet zien? Waarom maken we egoïstische keuzes en kiezen we niet voor elkaar?

Het antwoord daarop kan verschillen. We gokken op coöperatief gedrag van anderen en proberen gratis mee te liften. Of we vertrouwen er niet op dat anderen wel meewerken en houden zelf dan ook onze handen op onze rug. Of we gaan dus uit van de eerder genoemde druppel op de gloeiende plaat, het idee dat je als individu toch geen wezenlijke bijdragen levert aan het gezamenlijke doel.

Wanneer neigen mensen dan wel naar een coöperatieve keuze?

Dat doen ze onder meer als je met anderen kunt praten over de te maken keuze; als ze een groepsgevoel hebben bij het onderwerp; als we horen dat anderen een coöperatieve keuze maken; of als de keuzes die we maken zichtbaar zijn en niet anoniem blijven.

Daarom helpt een moreel appel ook niet om mensen andere keuzes te laten maken. Dat heeft alleen  kans van slagen als het gewenste gedrag je weinig kost, op een overzichtelijke schaal plaatsvindt (dus niet op het niveau van de samenleving), of wanneer je slechts te maken hebt met een zeer gemotiveerde groep (de koplopers, activisten of ‘betweters’ die offers willen brengen voor het collectief belang ongeacht wat anderen doen).

Bij het huidige klimaatbeleid wreekt zich dus een gebrek aan groepsgevoel en vertrouwen. Het huidige populisme, het verdeling zaaien en wij-zij-denken – het helpt allemaal niet om problemen op te lossen die ons, links- of rechtsom, allemaal treffen, zonder onderscheids des persoons.

Wat werkt dan wel?

Bestuurlijke daadkracht en structurele maatregelen die iedereen stimuleren of verplichten een coöperatieve keuze te maken, een keuze voor elkaar. Dus geen oproep om de auto te laten staan als je naar het centrum van de stad moet, maar daar parkeerplaatsen opheffen en wegen afsluiten voor auto’s. Of de verlaging van de maximumsnelheid op alle snelwegen in Nederland naar 100 kilometer per uur. Natuurlijk, wat let je om ook nu al max 100 te rijden? Maar in maart moet iedereen – al is het maar tussen 06.00 en 19.00 uur.

Onze rol als communicatieprofessionals is dan vooral om te zorgen voor draagvlak voor de maatregelen. Om te helpen vertellen waarom iets belangrijk is, om manieren te vinden die een andere default mode populair maken. Zodat we ons gaan realiseren dat met naar ‘anderen’ kijken, van andere groepen tot de overheid, dit soort problemen niet zijn op te lossen. Dat we de genomen maatregelen accepteren, dat iedereen snapt dat het niet anders kan. Ook bij die 100 kilometer per uur is wat dat betreft nog werk aan de winkel.