Hoe zit jij erbij vandaag? (II)

Bijna een jaar geleden schreef ik een blog die begon met de vraag: hoe zit jij erbij vandaag? Ik was net een paar weken daarvoor begonnen aan een grote opdracht bij Het Flevo-landschap, als adviseur projectcommunicatie. Drie keer per week reed ik met de auto naar Lelystad. De andere twee dagen fietste ik naar de burelen van De Lynx in Wageningen, voor andere projecten.

Die eerste weken van het verplichte thuiswerken voelde ik me vooral alleen en op mezelf aangewezen. Een eenzaamheid die ik herkende. Zonder stimulansen van collega’s is het de hele dag graven in jezelf om ergens te komen. Na een aantal weken begon het echter te wennen. Online overleggend en veel bellend bleven we samenwerken. Geluk bij een ongeluk was dat ik mijn nieuwe collega’s in Flevoland ook nog net een paar weken live had meegemaakt.

 

“Onze eigen jubileumsymposia werden online debatten”

 

Als bureau maakten we al vrij snel van de nood een deugd. Onze eigen jubileumsymposia werden geslaagde online debatten. Voor een veelheid aan klanten zetten we online bijeenkomsten op en leidden ze in goede banen, soms zelfs inclusief pubquiz.

Natuurlijk kwamen de muren regelmatig op me af; tijdens mijn vele ommetjes zijn er genoeg tranen gevloeid. Maar al die rondjes wandelen, hardlopen en fietsen bleven gelukkig ook nieuwe inzichten en ideeën opleveren.

Inmiddels weet ik niet beter dan dat ik mijn werk thuis doe, boven op mijn eigen werkkamer – een luxe die niet iedereen heeft, weet ik. Het thuiswerken scheelde ook vele uren in de auto naar Lelystad; daar ben ik afgelopen jaar maar weinig geweest. Kortgeleden realiseerde ik me zelfs dat ik sinds de eerst lockdown geen dag meer op kantoor bij De Lynx had gewerkt. Alleen een handvol keren even op en neer op de fiets voor kort overleg met een collega.

 

“De vertrouwde geur van kantoor ontroerde me”

 

Dit weekend ben ik er weer eens binnengelopen. Ik kwam toevallig langs kantoor tijdens een fietsrondje, en in een impuls besloot ik af te slaan. De al lang werkloze voordeursleutel zat nog gewoon aan mijn sleutelbos. De vertrouwde geur van kantoor ontroerde, en dwalend door het gebouw viel me op hoe weinig er eigenlijk was veranderd.

Zittend in de centrale ruimte liet ik alles op me inwerken. Hoe we trots mogen zijn op wat we ondanks corona samen en apart toch allemaal voor elkaar hebben gekregen, van participatietrajecten tot digitale magazines. En ik voelde weer hoe blij ik van deze club mensen bij elkaar word.

 

“Ik realiseerde me: we vragen elkaar vaker hoe het gaat”

 

Met nieuwe energie stapte ik weer op de fiets. De zon scheen, de wind zou ik snel in de rug krijgen. Al peddelend realiseerde ik me dat dit jaar ook iets anders had gebracht: dat we elkaar vaker vragen hoe het gaat, dat we praten over hoe we ons op dat moment voelen. Naast het vaker ommetjes maken in de buurt is ook dat iets om te behouden. Ook als we straks weer meer op kantoor zitten.