Geregeld als het gaat over de relatie landbouw-natuur moet ik denken aan een sociologisch onderzoek van jaren geleden. Meneer Wilson onderzocht de mening van bewoners in twee naastgelegen wijken over de andere wijk. Het gaat om een oudbouw- en een nieuwbouwwijk. Het blijkt dat de wijkbewoners zich nogal tegen elkaar afzetten. De bewoners van de oudbouwwijk wijzen naar de meest respectabele persoon uit eigen wijk als representatief, en naar de meest asociale inwoner uit de nieuwbouwwijk als representatief voor die wijk. En, je raadt het al, in de andere wijk gebeurde precies hetzelfde. Een goede basis om de aversie naar de andere wijk in stand te houden.

In de landbouw-natuur-discussie zie je geregeld hetzelfde gebeuren. Natuurbeschermers wijzen naar de meest grootschalige en intensive turboboer als representatief. Boeren tillen juist geregeld de duurzaam producerende boer met oog voor natuurrijke slootkanten en grutto’s op het podium. En ze wijzen naar natuurbeschermers die totaal geen verstand hebben van landbouwproductie of -economie en bij voorkeur alle staldeuren van de intensieve veehouderij per direct openzetten. Natuurlijk zijn deze vooroordelen voor een deel de werkelijkheid, maar dat kan heel goed om tien tot twintig procent van de andere groep gaan. Maar dat zijn er te weinig om een hele groep mee ‘weg te zetten’.

Dat wegzetten gebeurt echter nog steeds heel veel. De vooroordelen geven een goede aanleiding om de oren dicht te stoppen en geen enkel open gesprek aan te gaan. Dat maakt het leven wel een stuk makkelijker, want je kunt je wentelen in je eigen gelijk.

Boeren, burgers en boswachter samen op pad in de Binnenveldse Hooilanden.

Het zou toch mooi zijn als we hier aan kunnen ontsnappen. Met wat meer luisteren in plaats van roepen, zou het zo maar eens tot een goed gesprek kunnen komen. Gesprekken op locatie helpen dan het best. Vooral als er veel vragen worden gesteld. Op het boerenbedrijf: welke enorme administratie moet er worden bijgehouden, hoe worden de sloten onderhouden, hoe hebben melk- en grondprijzen zich ontwikkeld in de afgelopen decennia? Of: welke soorten dreigen er te verdwijnen uit dit natuurgebied en waarom beheren jullie het op deze manier? Dat zal eerder tot oplossingen leiden dan roepen vanuit de stellingen.

Het lijkt me mooi werk om dit soort ontmoetingen op lokaal niveau te leiden. Hier in het Binnenveld, naast Wageningen gelegen, is het ons gelukt om tot een goede samenwerking tussen landbouw en natuur te komen. Ook al zijn we het over veel onderwerpen niet eens. Dat hoeft een goede samenwerking gelukkig niet in de weg te staan.