We fietsten op de dijk bij Deventer. Wind in de rug, zon op de huid en 74 km op de teller. Links loeide een koe, rechts stroomde de IJssel. Nog een paar kilometer, dacht ik toen mijn fietsgenoot plotseling in de remmen ging. “Een paneel! Even lezen.”

Zíjn hobby: alle panelen die we onderweg tegenkomen kritisch lezen. Ik fietste door,  hij kwam me al gauw weer achterop. “En?” vroeg ik. “Mwah, alweer een saaie, met jaartallen, algemeenheden en jargon”, mopperde hij. “Is het dan zo ingewikkeld om een aantrekkelijk informatiebord over de omgeving te maken?“

Tips voor levendige panelen

Nou, om eerlijk te zijn, een lekker leesbaar paneel maken is inderdaad niet zo makkelijk: de tekst moet vaak kort zijn, tijdloos en voor iedereen te begrijpen. En alle partijen die het paneel betalen, willen zich in de tekst kunnen herkennen. Maar er zijn wel een paar tips.

Zo is er een wereld te winnen door belevend te schrijven, zoals we dat bij De Lynx noemen. Dat de lezer van de tekst het idee krijgt dat hij er bij is. Dat lukt door zijn zintuigen aan te spreken. Bijvoorbeeld zo:

  1. Prikkel de zintuigen – Schrijf zo dat de lezer een situatie helemaal voor zich ziet, hoort, voelt of ruikt. In plaats van ’In dit gebied komen veel zeldzame plant en diersoorten voor’, kun je schrijven:
    ‘Hoor je het opgewonden gekwetter van een vogel hoog boven je in de lucht? Zag je net iets geels vliegen bij de haag, zo groot als een mus? Dat kan goed, want hier komen nog veldleeuwerik en geelgorzen voor, soorten die steeds zeldzamer worden.’
  2. Grijp de lezer bij de kladden – Kijk goed naar de beginzin. Heeft je lezer, denk je, zin om verder te lezen? Probeer hem daartoe te verleiden met een vraag ‘Heb je wel eens in een gagelbosje gezeten?’.  Of met een verhaallijn: ‘Boswachter Vrolik had dit niet eerder gezien in zijn 35-jarige carrière! Hij stelde zijn kijker nog eens scherp, maar zag het goed: twee piepjonge bevers speelden op het natte zand op de oever. Toen hier in de Amerongse Bovenpolder een nieuwe watergang was gegraven in 2012, als bescherming tegen hoog water, streek er direct een bever neer.’  Het lijkt misschien kinderachtig, maar ook de hersens van volwassenen worden direct actief als ze merken dat er een verhaal begint.
  3. Ga naast de lezer staan – Verplaats je in de locatie waar de lezer staat en gebruik dat: ‘Op de plek waar je nu staat, klotste vroeger nog het rivierwater.’ En: ‘Zie je die dode boom hier recht tegen over? Het is de favoriete uitkijkpost van aalscholvers. Misschien zit er nu ook een zijn vleugels te drogen?’
  4. ‘Wees een beest’ – Getallen en cijfers boeien lang niet altijd. Informatie over het gedrag van een soort blijft beter hangen. In plaats van ‘Adders kunnen wel 80 cm lang worden. Ze leggen geen eieren, de 6 tot 12 jongen komen levend ter wereld. Ze voeden zich met kleinere en grotere zoogdieren en vogels’  kan het ook zijn: ‘Op zonnige dagen schuift de adder ‘s morgens uit zijn schuilplaats,  krult zich op en laat zich door de zon opwarmen. Hij was ‘s nachts op pad voor eten: een vogeltje, een muis, een konijn. Hij wachtte voor hun schuilplek, tot hij kon toeslaan. Maar adders moeten zelf ook goed uitkijken, bijvoorbeeld voor de slangenarend, egels, bunzingen of kraaien, want die zien in hem een mooie maaltijd.’

“Belevend schrijven?”, vroeg mijn fietsgenoot, toen we afstapten voor het laatste pontje van vandaag. “Klinkt goed, maar het lijkt me best moeilijk!”

Ja, dat wel, maar de moeite waard om eens te proberen. En als je er niet uitkomt, denken we graag met je mee.